Monday, October 28, 2013

Toetsen of niet toetsen, dat is de vraag.

Vandaag wordt in het AD, zoals eens in de zoveel tijd, het toetsen van kleuters aan de orde gesteld. Dat zou moeten worden beperkt. Iedereen leert op zijn eigen manier en volgens zijn eigen pad, en toetsen zou dat in de weg staan. Ik heb zelf ook gemengde gevoelens over toetsen, maar ben er toch tegen als het zou worden afgeschaft.

In de kleuterklassen wordt al wel getoetst, maar daar merken de kinderen eigenlijk nog weinig van. Ze krijgen de uitslag niet te horen, en als er al op wordt gedifferentieerd, is dat voor hen min of meer onmerkbaar. In groep 3 wordt voor het eerst openlijk gedifferentieerd. Kinderen worden op leesniveau ingedeeld. Een groep gelijkwaardige kinderen krijgt opeens te horen, dat een aantal van hen, een maantje is (gewoon leesniveau), een aantal een raketje (hoger leesniveau), en een aantal een zonnetje (hoogste leesniveau). De kinderen met het laagste leesniveau (sterretje) krijgen dat niet te horen, dat weet alleen de juf.

Wat doet het met een groep kinderen als je dat zo mededeelt? Niet veel goeds lijkt mij. Kinderen zijn bezig de wereld en hun positie daar in te leren kennen, en gebruiken daarvoor alle informatie die je hen geeft. Voor hen zegt het label 'zon', of 'maan', niet iets over waar ze zitten in het leren-lees proces, maar het zegt iets over hun identiteit. Ze zijn een zon of een maan.

Mijn zoon K, zat drie jaar geleden in de kleuterklas. Het lukte hem niet zo snel te leren lezen. Dat leverde hem veel frustratie op en hij labelde zichzelf als 'dom'. Ik kan dit blijkbaar niet zo goed, was zijn conclusie. De volgende stap zou geweest kunnen zijn, dat hij zich had afgewend van boeken, leren, en school. Daar was hij immers niet goed in? Toen werd dyslexie onderkend. Dat gaf hem een verklaring voor het lastige proces wat hij doormaakte. Het maakte het ook weer makkelijker voor hem om energie in dat proces te steken, en het niet op te geven.
Het toetsen heeft K geholpen. Doordat hij zo nauwkeurig gevolgd werd, kon de dyslexie vroeg herkend worden, en kreeg hij veel extra aandacht, thuis en op school. We hebben ontzettend veel extra tijd met hem besteed aan het lezen. Nu leest hij goed en met veel plezier.

Zoon E zit sinds een aantal weken in groep 3. Hij kan al een beetje lezen, en is als zonnetje ingedeeld. Hij is daar heel tevreden mee, want: 'hij is dus slim'. Ook dat is geen verstandige labeling. Het voelt natuurlijk wel fijner dan jezelf als dom labelen. Maar de gevolgen kunnen hetzelfde zijn. Kinderen die het idee hebben dat ze 'slim zijn', zullen minder risico's nemen in het leren. Ze zullen uitdagingen waar ze misschien minder goed in zijn ontwijken, om de status van 'slim' maar niet te verliezen. En zo zullen ze minder leren.

Toetsen geeft informatie over jezelf. Informatie is goed. Alleen je moet kinderen wel leren wat ze met die informatie kunnen doen. Ze kunnen het gebruiken om een label op zichzelf te plakken, zichzelf goed of slecht te voelen over wie ze zijn. Of ze kunnen het gebruiken om iets te leren over hun leerproces. Dat laatste is nuttig, en kan ontzettend helpen. Weten dat je dyslexie hebt, kan je gebruiken om te denken: oh, dat spellen lukt me toch nooit, dus ik hoef er niet eens mijn best meer voor te doen, want ik kan dat niet. Maar je kan de informatie over de dyslexie ook gebruiken om meer inzicht te krijgen in je leerproces. Mijn hersenen doen die klankverwerking wat anders, dus ik zal meer mijn best moeten doen bij lezen en spelling.

Ik ben niet tegen toetsen. Maar waarom leggen we de kinderen niet beter uit, wat die toetsen betekenen? Jezelf labelen met vaste eigenschappen is niet goed voor het leerproces. Slechte lezers kunnen goede lezers worden. Goede lezers kunnen gemakzuchtig worden. Waar het voor iedereen om gaat is, dat je je hersens moet gebruiken! Alleen zo wordt je slimmer, wat je uitgangspunt ook was. Het gaat om het proces, niet om het punt.

Monday, September 16, 2013

CITO scores

Meer informatie is altijd goed, vind ik. Als je iets kunt weten, moet je het willen weten. Zo ben ik dus ook wel voor openheid over de CITO scores van basisscholen. Maar met kennis komt ook verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om goed met die kennis om te gaan. En dat is niet zo makkelijk. Natuurlijk is het fijn dat de school van K en E goed scoort. En natuurlijk zou ik dat als ouder ook mee laten wegen als ik nog een school uit moest kiezen voor mijn kinderen.
En natuurlijk zeggen die CITO scores meer over de lelieblanke populatie van deze school met een postcode beleid gesitueerd in een buurt, waar bijna alleen maar hoogopgeleide ouders wonen. Zoals onze schoolleider (die ook op het RTL nieuws te zien was) vertelde, op deze school hoeft hij minder hard te werken dan op zijn vorige (zwarte) school. Daar was hij blij als de kinderen in ieder geval ontbijt gegeten hadden voor ze naar school kwamen. Hier is het bijna vanzelfsprekend dat ouders hun dyslectische kinderen zelf op extra (dure) bijles buiten de school doen.
Daarom heeft professor Dronkers de scholen ook een cijfer gegeven. In dit cijfer wordt de Sociaal economische achtergrond van de ouders meegenomen. De cito-scores worden eigenlijk herberekend waarbij wordt gekeken wat de verwachte score zou zijn, en dan wordt het verschil met de werkelijke scores bekeken. Dat geeft natuurlijk al een veel beter beeld. Alleen ontbreekt hier wel nog iets. De overheid heeft jarenlang scholen met veel kinderen met laag opgeleide ouders extra geld gegeven. Een kind met ouders met slechts basisonderwijs telde voor 1,3 en een kind met ouders met een LBO opleidingg voor 0,3. Alles daarboven krijgt geen extra geld. Dronkers corrigeert de resultaten ook via deze indeling. Hierbij wordt echter geen onderscheid gemaakt wordt boven LBO niveau. De school van K en E heeft bijvoorbeeld bijna allemaal universitair geschoolde ouders. Dat wordt maar gedeeltelijk in de verrekening mee genomen.
Een andere factor die ik niet zie terug komen in de berekening, is in- en uitstroom. Een school die veel probleemleerlingen overneemt van andere scholen, is maar gedeeltelijk verantwoordelijk voor diens uiteindelijke CITO-score, maar wordt daar wel op afgerekend. Omgekeerd kunnen scholen hun cijfer 'opkrikken' door probleemleerlingen tussentijds te lozen.
En verder zijn er ook nog algemene bezwaren tegen het geven van cijfers. Een cijfer is een momentopname, en zegt weinig over ontwikkeling. Een school die zichzelf ontzettend aan het verbeteren is, kan nu een 6,5 halen, maar volgend jaar wellicht een 8. Een school met een 8 kan op zijn lauweren gaan rusten en volgend jaar naar de 7 zakken.
Bovendien hebben we het hier uiteindelijk over kinderen. Brave (of niet zo brave) kleine lieden die met hun Bob de bouwer rugzakje en drinkbeker blij naar school vertrekken om in de pauze lekker in de zandbak te kunnen spelen. Die missschien voor het eerst geconfronteerd worden met een norm waar aan ze moeten voldoen, en daarvan schrikken of juist opleven. Kinderen die het lastig vinden om stil te zitten, maar wel waanzinnig kunnen tekenen. Dromers die alle dino-namen kennen, en voetballers die van spannende verhalen houden. Kinderen die zich niet volgens curves ontwikkelen, maar ieder hun eigen leerpad volgen vol verrassingen voor hen en hun leerkrachten.
En het blijft een bijna onhaalbaar doel, een Heilige Graal, om al die kindertjes zich optimaal te laten ontwikkelen. En toch doen alle meesters en juffen elke dag hun best om die Heilige Graal te vinden. Daarin moeten ze zoveel mogelijk ondersteund moeten worden. Het is de vraag of deze cijfers hen daarbij helpen. Misschien wel, meer informatie is toch altijd beter. Wat in ieder geval niet helpt zijn de voortdurende bezuinigingen op ons onderwijs. Want meer geld is nog veel beter!

Wednesday, July 17, 2013

Goed, beter, best


Ik volg de schrijver Po Bronson al een hele tijd. En dat is een interessante reis geweest. Bronson houdt zich niet bij één genre. Hij begon met een grappige en vlijmscherpe roman over de financiele wereld, waar hij zelf ook uit kwam: the Bombardiers. Dit was onmiddelijk een internationale bestseller, en hoewel in 1995 geschreven, ook in deze tijd weer actueel. Zijn volgende boek, dat ook verfilmd is, ging over een Silicon Valley Tech startup: 'The first 20 million is always the hardest.'
Maar vanaf daar stapte hij over naar non-fictie en maakte met 'The Nudist on the Late Shift' een portret van een generatie ondernemers, nerds en gelukszoekers, die rijk werden met internet. Daarop volgde 'What should I do with my Life?' een soort zelfhulpboek, waarin hij aan de hand van verhalen van mensen, er probeert achter te komen hoe je de juiste levenskeuzes kunt maken, en 'Why do I love these people?', dat op dezelfde manier familieverhoudingen onderzoekt.
Vervolgens schreef hij één van mijn favoriete boeken, 'Nurture Shock', of 'Ouders Opgelet', waarbij hij samen met Ashley Merryman mythen over opvoeding onder de loupe legt, en wetenschappelijke onderbouwing zoekt voor wat we nou met die kinderen aan moeten.
Zijn laatste boek, ook samen met Ashley Merryman, is net uit: Goed, beter, best. Hierin worden de onderliggende factoren van competitie onderzocht.

Po Bronson is een goede schrijver, en een nieuwsgierige onderzoeker. Ik heb al veel van hem geleerd. Wat een aantal van zijn boeken voor mij bijzonder maakte, is dat ze persoonlijk waren. Hij nam de lezer mee op zijn persoonlijke zoektocht. Die zoektocht domineerde niet, het ging niet over hem, maar hij gebruikte zichzelf wel om de waarde van zijn ontdekkingen duidelijk te maken.
Zijn laatste boek mist de persoonlijke touch een beetje. Met die verwachting lijkt het wat droger en minder inspirerend. Misschien ligt dat in de samenwerking met Merryman. Of misschien probeert Bronson weer een nieuw genre uit: het managementboek. Het boek leest lekker, bevat interresante wetenschappelijke verhalen, en levert nieuwe inzichten op. Zo vond ik de stukken over wat hormonen doen om je op te peppen in een competitie-situatie erg interessant en waardevol. Zeker een aanrader, als het thema je aan spreekt.

Saturday, July 06, 2013

Help kinderen als M aan een goede opleiding

M heeft 5 jaar bij R in de klas gezeten, en ze waren dikke maatjes. In de kleuterklas kon M al goed lezen. Rekenen ging hem ook vlot af. M is een erg slimme jongen. Maar hij heeft ook Asperger, een vorm van autisme. Na groep 5 verdween hij om die reden uit R's klas en ging naar het speciaal onderwijs.
Nu zit hij dus in groep 8, en gaat na de zomer naar het voortgezet onderwijs. Maar M gaat niet naar een gymnasium, en ook niet naar een havo/vwo klas. In Utrecht of omgeving is namelijk geen geschikt onderwijs voor kinderen met autisme op havo/vwo-niveau.

Gelukkig heeft hij 1 van de 11 (!) plekjes kunnen bemachtigen op de enige school in de provincie Utrecht die vanaf de brugklas havo biedt voor kinderen zoals M. Die school staat in Amersfoort (30 km van zijn huis) en M heeft dan 3 uur reistijd per dag met een taxibusje. Vele andere kinderen kwamen niet eens in aanmerking omdat de wachtlijst te lang is.

Dit is toch te gek, in een land wat zich Kennisland zou willen noemen?!
De moeder van M voert actie, samen met andere ouders van kinderen zoals hij. Ze hebben een petitie opgesteld voor de gemeente Utrecht.

Help mee en teken deze petitie voor beter voortgezet onderwijs voor kinderen met een autisme spectrum stoornis.

Utrecht moet havo/vwo onderwijs krijgen voor kinderen met een autisme spectrum stoornis!

Klik op bovenstaande link of kopieer dit adres in de browser:
https://petities.nl/petitie/utrecht-moet-havovwo-onderwijs-krijgen-voor-kinderen-met-een-autisme-spectrum-stoornis

Wednesday, June 05, 2013

Consumenten gemak/bedrog

Dit weekend waren mijn twee zoons jarig, dus veel feest. En dus veel taarten bakken. Dat doe ik graag, en zo min mogelijk uit een pakje. Vroeger kocht ik nog wel eens samengestelde pakjes, maar sinds ik door heb hoe makkelijk die pakjes samen te stellen zijn, erger ik me er steeds meer aan. Cakemix is een combinatie van suiker en cakemeel. Appeltaartmix is een mengsel van zelfrijzend bakmeel en suiker. De basisingredienten bij elkaar kosten vaak maar de helft of minder dan het samengestelde pak. De enige reden om zo'n samengesteld pakje te kopen is als je geen weegschaal hebt.

Appeltaart
Een goed recept voor appeltaart van zelfrijzend bakmeel vind je hier

Zelfrijzend bakmeel
Is ook een samenstelling natuurlijk, een mengels van bloem en bakpoeder. Toch kies ik hier wel voor Zelfrijzend bloem van Euroshopper, omdat het erg goedkoop is, en als je zelf mixt het soms door teveel bakpoeder niet lekker wordt. 

Pannekoekgemak
In plaats van een pak pannekoekenmix meng je dus gewoon bloem, melk en eieren. Zie hier een prima recept.

Poffertjes
En dat geldt dus ook voor poffertjes.

Cake
Cakemeel is een extra fijn gemalen meel, met bakpoeder en smaakversterkers. Op zich dus ook zelf samen te stellen. Kijk uit voor de verwarring met cakemix, daar zit de suiker al doorheen. Recept staat meestal op het pak.

Boterkoek
Daar heb je dus ook een mix waar ik een half jaar geleden eens ingetrapt ben! Maar dat is dus echt een SUPER simpel recept.

Chocolademelk
Tja, dat is dus een mix van cacaopoeder, suiker en melk. Dat lijkt me vrij voor de hand liggend, maar de Kidsweek kreeg het voor elkaar om bij een test van chocolademelk-poeders, geen suiker bij de cacao te doen, omdat ze dachten dat cacao een kant-en-klare chocolademelkmix was. Het testresultaat was 'erg bitter', ja, dat geloof ik. Later werd de fout wel recht gezet, en won de cacaopoeder als nog de test, zowel op prijs als op smaak.

Tuesday, May 14, 2013

De schitterende eenvoud van index beleggen

Als je dan niet met de staatsloterij mee doet, hoe moet je dan rijk worden? Met weinig tevreden zijn helpt, en zorgt ervoor dat je geld (in ieder geval dat van dat staatslot) over houdt. En als je geld bespaart, moet je daar wel wat mee doen natuurlijk. Euro's zijn werknemers, die je aan het werk moet zetten. En wel door te beleggen, want sparen levert niks op. Het idee je geld te beleggen roept veel emoties op: Is dat wel verstandig, dat is toch heel risicovol? Of juist: ja, dan moet je dat en dat aandeel kopen, dat wordt het helemaal!
Gelukkig is er ook gewoon veel onderzoek gedaan naar wat de beste manier van beleggen is. Actief je geld inzetten op bedrijven waarvan je denkt dat ze succesvol worden is daar niet een van. Die verwachtingen zijn namelijk al verwerkt in de prijs. Er zijn miljoenen mensen die zich elke dag het hoofd breken over of een bepaald aandeel onder- of overgewaardeerd is, dus op het moment dat jij of ik dat bedenken, is die gedachte al verwerkt in de prijs, en is het aandeel dus niet meer over of onder gewaardeerd. Specifieke aandelen kopen en verkopen is speculeren en eigenlijk gokken.
De beurskoersen van alle aandelen samen zijn over de lange termijn echter wel gestaag gestegen. Daar kan je dus van mee profiteren. Door niet op een bepaald aandeel in te zetten, maar een gespreide portefeuille van aandelen te kopen en te houden en zo mee te liften op de stijgende koers van aandelen in het algemeen. Dat is indexbeleggen. Je kiest niet 1 aandeel, maar alle aandelen van een index.
Daarbij is het belangrijk om de kosten van het verhandelen van de aandelen zo laag mogelijk te houden. Aan en verkoop kosten drukken de winst aanzienlijk. Advieskosten van beleggingsexperts moet je vermijden. De koersen zijn immers niet te voorspellen, ook niet door de 'experts'. Advieskosten zijn weggegooid geld. Verder zijn er beheerkosten van aandelenfondsen, die de winst ook behoorlijk kunnen drukken. Als je voor een fonds kiest, kies dan een passief aandelenfonds, waarbij er zo min mogelijk gehandeld wordt. Verhandelen kost geld, en dat wil je niet. Er zijn fondsen die passief de index volgen, en die zijn het goedkoopst. Als je elke maand een klein bedrag wilt beleggen zijn die een goede keus.
Het beste is echter zelf zo'n mandje met aandelen samenstellen, waarbij je goed spreidt, en zo min mogelijk handelt. Dit kan je doen via Alex of Binck of welke broker je het beste lijkt. Kijk goed naar alle kosten, want de kostenstructuren zijn vaak niet heel doorzichtig, en je moet goed berekenen wat voor jouw situatie het beste is. Lees dit artikel van Erica Verdegaal uit het NRC van afgelopen zaterdag ook maar even, voor de risico's die bij goedkope brokers kunnen horen.
Nog niet overtuigd? Lees dan het boek: 'De schitterende eenvoud van het indexbeleggen'. Zoals Zalm in het voorwoord zegt: Knap om een heel boek te schrijven over een zo eenvoudig onderwerp, en dat klopt ook wel. Veel van wat in het boek staat ligt voor de hand als je al achter het principe van indexbeleggen staat. Maar het is een belangrijk beslissing: Wat doe ik met mijn geld, dus het is altijd goed om alles nog eens op een rijtje te krijgen. Daar is dit boek heel geschikt voor. De schrijver, Jacques Wintermans,  is mede oprichter van Meesman Index Investments die een goedkope manier bieden om aan indexbeleggen te doen die gebaseerd is op het amerikaanse Vanguard.

Friday, May 10, 2013

Wat zou jij doen met een miljoen?

Hij gaat vallen. De superjackpot. Vandaag wordt er dus iemand multi-miljonair. Ik had het erover met een paar collega's, die elke maand samen een lot kopen. Ze fantaseren erover dat maandag dan de hele afdeling uitgestorven is, en men zich geen raad zal weten omdat zij allemaal lekker thuis zitten. Ik fantaseer er zelf ook wel eens over. Heerlijk om alle obstakels in je leven af te kunnen kopen, en alleen nog maar je eigen zin te hoeven doen. Loten kopen doe ik niet meer, sinds ik iemand op de radio loterijen eens heb horen omschrijven als: 'Belasting op domheid'. De kans op dat miljoen is natuurlijk veel te klein, en de verwachtingswaarde is negatief.
Maar volgens mijn collega's toch de enige kans op rijkdom die ze in hun leven zullen hebben. Ik opperde dat rijkdom een relatief begrip is, en dat als je minder wilt dan je je kunt veroorloven, je ook rijk bent. Hmm, werd er geschamperd, dat is een beetje de 'poor man's way out'. Ja, misschien wel, maar misschien ook wel die van de happy-man.
Ik moest denken aan een uitzending van de Vijfde Dag laatst, over mensen die met een restschuld achterbleven nadat ze hun huis met onder water gelopen hypotheek gedwongen hadden moeten verkopen. Een mevrouw huilde dat ze al meer dan een jaar niet op vakantie was geweest, en dat ze zich schaamde omdat ze zo'n loser was (haar woorden), en zich niks meer kon veroorloven. Op het eind kwam Gerard Hormann in beeld, schrijver van het boek Hypotheekvrij, die al een tijd bezig is om zijn hypotheek zo snel mogelijk af te lossen, en daarvoor bezuinigt waar hij kan. Hij rijdt in een heel klein autootje vertelde hij trots, en ze zijn een van de weinige in Nederland die geen platte televisie hebben, de oude doet het immers nog prima. Ook een staycation in de achtertuin is heerlijk zei hij, en liep naar de kraan om een lekker glas water te drinken.
Erg mooi voorbeeld van een half leeg en een half vol glas. Ik wil de zorgen van mensen met schulden niet bagatelliseren. Maar je realiseren in wat voor extreme rijkdom we leven, en daar elke dag van proberen te genieten, is toch wel een mooi streven. Met een glas water, of een kopje thee genieten van een bibliotheekboek kost niet zoveel. En wat kan een paar miljoen daar aan toevoegen?


Wednesday, May 08, 2013

Haaientanden

Afgelopen weekend waren wij in Zeeland. In Cadzand om precies te zijn, en daar kan je aan het strand fossiele haaientanden vinden. Dat sprak de kinderen erg tot de verbeelding. E is een groot fan van haaien. In de klas was er een tijdje een haaienboek van de bieb, en E wilde daar elke dag voor de les uit voorgelezen worden. Hij kon me precies vertellen hoe de Tapijthaai eruit zag, hoe groot een Port Jackson Stierkophaai is en waarom de Cookiecutter haai zo heet.
Ik had me, zoals meestal, goed voorbereid op het haaientandenzoek project. Ik had een boekje over fossielen zoeken. Ik had zeven gemaakt, waarmee we het zand konden zeven. En ik had opgezocht waar we precies moesten zijn. En omdat overal op internet verhalen te vinden zijn over dat die haaientanden zo voor het oprapen liggen daar in Cadzand, had ik weinig twijfels over het slagen van de expeditie.
Dat bleek toch wat lastiger dan gedacht. Zaterdag vonden we (2 volwassenen en 6 kinderen) helemaal niets! Gelukkig kwamen onze vrienden R en E (en S en M) ons de volgende dag te hulp. Zij zijn ervaren fossielenzoekers, en konden ons de precieze plek wijzen waar we moesten zijn, wat toch nog wel behoorlijk nauw blijkt te mikken. De laag waar de haaientanden in zitten ligt niet overal open, en toen wij zaterdag aan het zoeken waren geweest was die laag een stuk onder water geweest. Maar zondag bij eb kwamen de zeven (een vergiet gaat zelfs nog beter) toch nog van pas. Ook zoeken langs de zeekant leverde heel wat haaientandjes op. Versteend hout (rechtsboven) is ook heel leuk om te vinden. K vond de kogel uit WOII en was daar erg blij mee. En nog wat dingetjes waarvan we niet precies weten wat het zijn. Daar gaan we mee naar het Naturalis spreekuur.

Tuesday, May 07, 2013

Room

Aanrader naar aanleiding van de drie bevrijde vrouwen in Ohio: Room van Emma Donahue. Een boek geschreven vanuit het perspectief van een jongetje dat opgesloten zit met zijn moeder, verwekt door de gijzelnemer. Hij groeit op in 1 kamer, zonder ooit buiten te zijn geweest, en kent 'buiten' alleen van het bovenraam. Zijn vriendjes zijn tv-figuren. Zijn moeder doet haar best voor hem in deze afschuwelijke situatie, maar is depressief, en houdt het hoofd nauwelijks boven water. Gelukkig ontsnappen ze, maar het proces van het weer leren leven in de wijde wereld is niet altijd even makkelijk.
Het is een prachtig geschreven boek, dat door het gekozen perspectief deze afschuwelijke situatie zo kan beschrijven dat het geen horror-verhaal is, maar een schrijnende werkelijkheid, waarbij je je bijna durft in te leven in wat ook het meisje dat vandaag gevonden is, doormaakt.

Thursday, May 02, 2013

Slaap lekker

Slapen is iets wat ik graag doe. Ik ben ook overtuigd van het belang van goed slapen. Mijn hele leven heb ik gemerkt dat ik veel slaap nodig heb, en dat ik gewoon instort als ik die een aantal dagen achter elkaar niet krijg. Slaap is een mysterieus iets, zoveel weten we al over de mens en zijn gedrag, maar hier is nog onbekend terrein, iets waarover we wel weten dat het belangrijk is, maar nog niet waarom, of hoe. Ik ben daarom al langer geinteresseerd in dit onderwerp, en was aangenaam verrast door dit boek.
Een aantal van de ideeën die ik zelf heb ontwikkeld over goed slapen zag ik bevestigd in het boek, dat is ook altijd fijn. Zo worden de nadelen van samen in één bed slapen behandeld. Samen slapen is natuurlijk heel gezellig, maar ik slaap (zoals de meeste vrouwen, en volgens mij wordt het na het krijgen van kinderen erger) lichter dan J, en word wakker van elk geluidje. Vervolgens kom ik moeilijk weer in slaap. Dit hebben we opgelost door twee aparte dekbedden te nemen. Geen knorrige gesjor meer 's nachts, dat verbeterde mijn slaap enorm, en ook mijn humeur 's ochtends. Verder drink ik sinds bijna een jaar geen koffie meer. Ik heb zelf het idee dat dat vooral het doorslapen erg bevorderd. Ik ben veel relaxeder, minder gestressed, overdag en 's nachts. Als het nodig is neem ik ook wel eens een Melatonine pilletje, als ik de volgende dag goed uitgerust moet zijn, en de kans op nachtelijk gepieker hierover groot is. Melatonine zorgt ervoor dat je makkelijk inslaapt, en dat ook weer doet als je 's nachts wakker wordt. Een glas warme melk heeft hetzelfde effect.
De auteur is het boek gaan schrijven vanwege zijn eigen slaapwandel problemen. Dat zorgt voor onevenredige aandacht voor dit onderwerp. Maar het zijn vermakelijke verhalen, en het boek leest als een trein, dus dat stoort niet echt.

Wednesday, May 01, 2013

Het is 2013!

Koninginnedag heb ik altijd een leuke feestdag gevonden, zoals ik gisteren ook al schreef. Iedereen is vrolijk, iedereen is vrij, het is bijna altijd lekker weer, en de vrijmarkt is een excuus om de hele dag een beetje zitten te chillen achter een kraampje en bij te praten met de buurtgenoten. Topdag dus, ook gisteren weer.

Gelukkig was er bijna niks te merken van het gedoe waar Koninginnedag om gaat, namelijk om het koningshuis. Want ik ben wel Koninginnedag gezind, maar absoluut niet Koningshuisgezind. Net zoals ik Pasen altijd een leuk feest vind, met die chocolade eieren, en lekker ontbijten enzo, maar noch in de Paashaas, noch in Jezus geloof.

Maar vandaag krijg ik bijna een beetje spijt dat ik gisteren niet in het wit gekleed naar een plein in Amsterdam ben gegaan, om mijn republikeinse gevoelens uit te dragen. Wat een schandalige toestand rond studente Joanna, die opgepakt is voor ze zelfs haar bord met 'Ik ben geen onderdaan' maar omhoog kon houden. Als er argumenten tegen het Koningshuis nodig zijn (ik heb overigens nog nooit goede argumenten voor gehoord), lijkt me dit al een overtuigende. Dat er machten zijn die besluiten om iemand's vrijheid van meningsuiting af te nemen, om dit zeer milde protest niet te laten horen, is argument genoeg om die machten dan maar snel af te schaffen. Bah. Ik word lid. Het is 2013 en ik ben geen onderdaan!

Monday, April 29, 2013

Kroninginnedag!

Ik heb geld verdienen mijn hele leven al erg leuk gevonden. Als kind is dat nog niet zo gemakkelijk. Het is natuurlijk goed dat kinderarbeid uitgebannen is enzo, maar zo kunnen kinderen tot hun zestiende alleen maar ervaring op doen met uitgeven, en niet zo zeer met inkomsten genereren. Er zijn wel wat baantjes die je op jonge leeftijd kunt doen, zoals een krantewijk, maar in ons dorp werden die gemonopoliseerd door een familie met tien kinderen, dus daar kwam je niet tussen. Af en toe was er wat seizoensarbeid bij een boerderij. Zo heb ik wel eens sperziebonen geplukt, en uien gesorteerd. Heerlijk vond ik dat. Ik heb ook eens geprobeerd om geld te verdienen met schoenen poetsen. Ik had zelf een schoenenpoetskist gemaakt, en was naar Rotterdam gegaan om daar mijn geluk te beproeven. Eenmaal daar was het koud en winderig en was ik te schijterig om iemand aan te spreken, dus dat is niks geworden.

Koninginnedag vind ik om deze redenen dus geweldig! Oude troep verkopen, tie-dye t-shirts, Wilhelmina pepermunt, of versgeperste jus, en dat in een lekker zonnetje, terwijl iedereen een goed humeur heeft.
De kindervrijmarkt in Oog in Al is een van de hoogtepunten van het jaar. Vorig jaar deden we oud speelgoed, maar omdat iedereen dat deed, verkochten we niet zoveel. Lekker weer was het wel!

Dit jaar een nieuw concept: bouwsteentjes. We hebben een aantal mallen waar je gipsen steentjes mee kan maken. Daar zijn ijverig baksteentjes en dakpannen mee gefabriceerd. K heeft twee setjes ontworpen, een klein huisje en een mini dorpje. Ook worden de steentjes en het cement los verkocht. Er is druk gediscussieerd over de pricing, de verkoopstrategie en de verpakking. Nu staat alles min of meer klaar, en moet er morgenochtend nog een goed plekje veroverd worden! Goeie Koninginnedag iedereen!

Wednesday, April 24, 2013

Voortgang

Sinds K in groep 3 achter bleef met lezen zijn inmiddels meer dan twee jaar verstreken. K is een braaf mannetje, rustig en gevoelig voor autoriteit. Mede daardoor is zijn probleem redelijk snel serieus genomen. Bij wat drukkere dyslectische kinderen wordt misschien snel (onterecht) gezegd: hij is nog erg speels, of hij moet meer zijn best doen. Bij K was het snel duidelijk dat hij zijn best deed, en dat het toch niet lukte.

Sinds het begin van groep 3 lazen we thuis elke avond een bladzijde. Ik weet nog goed dat ik een keer wat knorrig op hem mopperde 'Dat zie je toch wel, dat heb je al zo vaak gelezen!', toen hij voor de zoveelste keer 'de' las waar 'het' stond of andersom. 'Maar ik zie het echt niet, mama!', ging zijn antwoord me recht door mijn ziel. Dit was meteen de laatste keer dat ik hem knorrig gecorrigeerd heb, en gelukkig is zijn leesplezier is nooit ernstig vergald door de dyslexie. Samen hebben we ons door heel wat boeken geploegd. Omstebeurt een bladzijde om de vaart een beetje in het verhaal te houden, en K ook even te laten uitrusten. Fantasia, Dolfje Weerwolfje, Monsterjacht, Harry Potter en nu de Grijze Jager.

We zijn bij deel twee van de twaalf, en hij is vastbesloten de hele reeks door te gaan, dus we zijn nog wel even onder de pannen met Will, Gilan en Evanlyn.





Spelling is wat lastiger. Ik weet niet of er mensen zijn die echt genieten van spellen, en dat dat plezier dan vergald kan worden. Maar plezier heeft hij er dus niet in. Sinds oktober gaat hij 1x per week naar het IWAL. Hier heeft hij de spelling weer van het begin af aan opgebouwd gekregen volgens de IWAL-methode. Thuis moeten we drie keer in de week met hem oefenen. Niet zijn en ons idee van fun, maar we doen het braaf. Je hebt een lange adem nodig bij dyslexie. Je moet 10 x zo hard oefenen, en het resultaat is dan nog niet 'goed', maar 'redelijk'. Dat is frustrerend, en dat is wat plezier vergald. Maar nu beginnen we voorzichtig resultaten te zien van K's harde werk, en dat is heel fijn! Spelling CITO op zijn rapport was nog steeds een E, maar volgens de juf, een veel minder slechte E dan eerst. Hmm, in de categorie: schrale troost. Maar een voortgangstoets toonde dat K in 5 maanden tijd, 7 maanden leerstof heeft verwerkt, dat klonk al beter. En nu had hij voor het eerst een huisje voor zijn dictee. Hoe het precies werkt weet ik niet, maar als je het dictee slecht doet, krijg je een tentje. 'Redelijk' is een huisje, en 'goed', een kasteel. K heeft tot nu toe altijd een tentje gekregen, waar hij ook wel grapjes over kon maken gelukkig: ik hou gewoon erg van kamperen! Tot afgelopen keer, want toen kreeg hij een huisje! Groot bijkomend voordeel voor K is dat bij een huisje je het dictee niet over hoeft te doen. Kijk, dat zijn pas resultaten, waar je wat aan hebt.

Thursday, April 18, 2013

Zon!

Sinds een week hebben we zonnepanelen! Ik wou ze al heel lang. Het idee van je eigen energie opwekken vind ik heel aantrekkelijk. Maar de terugverdientijd was ongeveer tien jaar, en dan is het verstandiger om eerst andere dingen te doen, zoals spouwmuurisolatie en dergelijke. Maar door een gemeentesubsidie en het dalen van de zonnepanelenprijzen, is de terugverdientijd teruggelopen tot ongeveer zes jaar, en dan wordt het wel echt interessant.

En nu liggen ze er dus. En ze zijn geweldig! Zoals zoveel zonnepanelen-beginners werkt ook voor ons het zien terugdraaien van de meter verslavend. We worden er ook energiebewuster van. Die zuurverdiende zelfverbouwde electriciteit willen we niet zomaar verspillen! Nou kunnen de panelen overdag ons energieverbruik goed  aan, en draait de meter lustig terug. Maar 's nachts lijden we grote verliezen. Iets in ons huis verbruikt 's nachts het equivalent van drie keer de wasmachine laten draaien. De verdachte boosdoeners zijn tot nu toe: het waterbed, de broodbakmachine en de digitale tv-decoder. Ik gok op de laatste, want ik weet niet wat dat ding allemaal doet, maar ook als hij niet 'aan' staat, werkt hij zo hard, dat hij een deel van de verwarming van de woonkamer op zich neemt. Daar gaan we dus nog even goed naar kijken.

Er is ook een app en een website waarop we realtime de zonneopbrengsten kunnen volgen. Geeft telkens een zonnig gevoel, ook als de temperaturen het nog wat laten afweten.

Saturday, April 13, 2013

Uitgeloot

Tja, de keus was gemaakt. Zowel R als wij vonden het CGU de leukste. Maar ja. 170 plaatsen en 215 inschrijvingen. 45 werden dus uitgeloot, en daar is R er 1 van.

Donderdag tussen 7 en 8 zou er gebeld worden, als het mis was. De spanning steeg. En nam weer iets af, want na half 8 leek het gevaar iets geweken, zoveel tijd zou de meester toch niet nodig hebben om een paar kindjes te bellen... Om kwart voor 8 ging de telefoon. Grote teleurstelling. Natuurlijk hebben we elke keer als het CGU ter sprake kwam, erbij gezegd, dat er ook een dikke kans op uitloting was. En natuurlijk hebben we steeds gezegd dat er ook andere leuke scholen zijn, en dat deze ene school niet zalig makend is.

Het probleem is dat je je, ondanks de waarschuwingen, na het maken van je keuze toch gaat verheugen, zeker als je 11/12 jaar bent. En dat je dan ook heel goed bent in het niet nadenken over vervelende mogelijkheden. En dan komt het hard aan. Wat het voorlopig ook vervelend maakt is dat de alternatieven niet direct duidelijk zijn. Er is een tweede keus, maar die heeft ook beperkt plek. En er zijn in totaal (met het Stedelijk Gymnasium erbij) nu 54 kinderen met gymnasium advies die een nieuw plekje zoeken in Utrecht. Dus voor de 2e keus zal ook geloot moeten worden, en wellicht zelfs wel voor de 3e keus. Komende donderdag weten we pas definitief waar R heen gaat.

Het is niet zo dat ik weet hoe het anders moet. Het is ook niet zo dat ik denk dat we het anders hadden moeten doen. Het is gewoon vervelend, anders niet. Misschien is dat dan wel de enige les die R (en wij ook een beetje) nu even moeten leren. Soms doe je alles wat je kan, maar zorgen dingen waar je geen invloed op hebt alsnog voor een vervelende uitkomst. En dan volgt er uiteindelijks niks anders dan accepteren.

Sunday, February 03, 2013

De Wageningse methode

Gisteren bezochten wij de laatste open dag van de middelbare scholen in Utrecht, het Christelijk Gymnasium Utrecht. Het is R's favoriet, en gelukkig viel de open dag haar ook niet tegen. De school staat zeer goed bekend, en doet het buitengewoon goed in de Trouw testen. Wat daarbij opvalt is een bijzonder hoog gemiddeld eindexamencijfer voor Wiskunde B: een 8! Gemiddeld!
Wat is het geheim?
Wiskunde is een lastig vak op de middelbare school, omdat het verplicht is, en een slechte reputatie heeft. Laatst zag ik hier een interessante TEDX presentatie van Dan Meyer over:

Deze man vertelt dat in een poging het wiskunde-onderwijs leuker te maken, de leerstof makkelijker gemaakt is. Elk probleem wordt opgedeeld in hapklare stapjes, en zo wordt de leerling bij de hand genomen om de bij de oplossing te komen. Alleen, dit maakt het oplossen van de opgaven in het boek wellicht gemakkelijker, het maakt het niet leuker. Leuker is het om een probleem tegen te komen, en zelf alle stapjes naar de oplossing uit te vinden.
Nu woonde ik bij de voorlichting op het CGU een praatje over het wiskunde-onderwijs bij. En daar blijken ze de zogenaamde Wageningse Methode te hanteren. Dit is een methode, die op een soort open source achtige manier is ontwikkeld door een aantal docenten in de jaren '70. Hun uitgangspunten daarbij waren:
  • de geboden wiskunde moet zinvol zijn
  • wiskunde is een aantrekkelijk en goed te begrijpen vak
  • leerlingen kunnen veel (mits ze goed worden aangesproken)
Hierbij worden dus ook niet alle stapjes voorgekauwd, maar zijn de opgaven doe-opdrachten met een wiskundig puzzelkarakter. 
Misschien is het hoge eindexamencijfer niet direct terug te leiden op de Wageningse Methode. Maar het lijkt me wel dat er een verband zit. En verder is het natuurlijk altijd een kwestie van veel oefenen. Zoals het artikel in de Volkskrant van deze week stelde: Slecht zijn in wiskunde is een smoes Je kan er hooguit niet zo gemotiveerd voor zijn. En dat is dan wellicht op te lossen met de juiste Wiskunde-methode.

Sunday, January 20, 2013

Labels

Veel kinderen hebben er één: een label! ADHD, ADD, dyslexie of  hoogbegaafdheid. Zo is onze zoon K als dyslectisch bestempeld. Dat roept voor mij telkens weer gemengde gevoelens op. Het is fijn dat er specifieke extra aandacht is voor dingen die hij lastiger leert. Maar het is zo definitief, zo een groot statement over een kind in ontwikkeling. K. identificeert zich er ook mee. 'Ik ben dyslectisch', het is iets waar hij bijna trots op is. Dat is hem gedeeltelijk ook wel gegund, het levert hem genoeg ongemak op, dus het mag ook wel eens iets zijn waar je aandacht voor krijgt, dat je speciaal maakt. Beter dan 50 jaar geleden, toen had hij waarschijnlijk het stempel 'dom' gekregen.
Het is vooral het statische, het definitieve van die labels wat me niet zint. Dit leidt al gauw tot conclusies over jezelf, die in de weg kunnen zitten. 'Ik ben dyslectisch, dus ik kan niet spellen, dus ook al probeer ik het, het gaat toch niet lukken.' Volgens de mindset theorie van Carol Dweck is dit een fixed mindset die behoorlijk funest is voor het leerproces. Beter is de gedachte: ik heb op dit moment moeite met leren spellen, maar alles is door hard werken te verbeteren. Hard werken wordt dan niet als straf gezien voor 'iets wat je nou eenmaal hebt', maar als middel waarmee je een doel kunt bereiken.

Bij andere labels geldt dat ook. Zoals bij hoogbegaafdheid. Daar is al heel wat zin en onzin over geschreven op internet. Hoogbegaafdheid wordt vaak geassocieerd met bepaalde persoonskenmerken. Of het voelt als een taboe om erover te praten, omdat er wordt neergekeken op ouders die het label voor hun kind gebruiken, die worden weggezet als strebers, die via de intelligentie van hun kind iets over hun eigen IQ willen zeggen.
Terwijl het er natuurlijk om gaat of er genoeg oog is voor de leerontwikkeling van het kind. Die bepaald niet gebaat is bij een label als 'hoogbegaafd'. Het woord zelf al heeft een definitief karakter, het is een gave, iets intrinsieks, je hebt het of je hebt het niet. Dit is bij uitstek iets wat kinderen onzeker maakt, en daarmee minder gretig om te leren.

Daarom vond ik deze site uit België over hoogbegaafdheid zo'n verademing! Ze zetten het 'meesterschapsmodel' neer, tegenover het vaak gangbare 'mysteriemodel'. Hierin wordt de bron van de ontwikkelingsvoorsprong als onbelangrijk gezien, wat meteen heel veel discussie en emotie overbodig maakt. Vanuit dit model concentreert men zich op het vinden van de best passende onderwijsaanbod. De nadruk ligt op het aanbieden van mogelijkheden om te leren, op de omgeving dus, in plaats van het vormen van een identiteit uit het label.
Ik laat het model hieronder even zien, maar ga vooral wel ook even op hun site kijken, want er staat zoveel zinnigs op!

Tot slot vond ik het volgende verhaal uit Now you see it nog wel heel mooi. De schrijfster praat met een schoolleidster, en ze hebben het over het aantal gelabelde kinderen op school. 'Weet je', zegt de schoolleidster, '26% van de kinderen die hier rond loopt heeft een label. 26%! Maar dat cijfer klopt natuurlijk helemaal niet! Dat moet namelijk 100% procent zijn!'
Ieder kind heeft zijn eigen manier van leren, en de kunst is voor ieder kind het sleuteltje te vinden dat past.

Wednesday, January 16, 2013

Onderwijs

R. zit in groep 8, en dus moeten wij ons buigen over haar middelbare schoolkeuze. Januari wordt er flink mee volgepland. Elke zaterdag een open dag, informatie-avonden door de week, en proeflesmiddagen op woensdag. In Utrecht zijn er natuurlijk veel scholen, dus veel keus. Dus dan moet je ook goed bedenken wat je criteria zijn.
Om te beginnen is er een scheiding tussen het vernieuwende onderwijs en de meer traditionele scholen. De vernieuwende scholen leggen de nadruk op het met plezier naar school gaan van leerlingen. De kinderen werken projectmatig in groepjes, er is meer nadruk op persoonlijke ontwikkeling, de motivatie waarom iets te leren wordt sterk benadrukt. Er worden minder cijfers gegeven, minder beoordeeld, en meer geëvalueerd.
De traditionelere scholen werken in klassen, met huiswerk, proefwerkweken. Ze zijn streng of ambitieus, en die persoonlijke ontwikkeling, dat doe je zelf maar. Die laatste scholen doen het beter in de Trouw scholen vergelijking. Leerlingen halen hogere cijfers op hun Centraal Schriftelijk Examen. Een van de vernieuwende scholen in Utrecht, het UNIC, wordt zelfs door de inspectie als 'zwakke school' gezien.

Wat is nu het beste? In alle boeken die ik de afgelopen tijd heb gelezen, komt het vernieuwende onderwijs toch wel als het meest aansprekend naar voren. Wie streeft er niet naar leergierige kinderen die enthousiast in een team aan een project werken, daarbij ijverig informatie verslindend om hun doelen te bereiken. Prachtig. Als je dat zet tegenover de middelbare schooltijd die ik me herinner, gevuld met het stampen van Duitse, Franse en Engelse woordjes, klinkt dat vernieuwende wel heel aantrekkelijk. Maar klopt dat aantrekkelijke beeld wel? Om vlot Engels te kunnen spreken heb je dat stampen van die woordjes wel nodig. Om verder te komen in de wiskunde, moet je de tafels geautomatiseerd hebben. Er zijn bouwstenen die je nodig hebt om verder te komen. Wellicht is het saai om aan die bouwstenen te werken, maar anders kom je echt niet tot het gebouw dat je wil bouwen. En verder, is het leren doen van dingen die je saai of vervelend vindt, niet ook een belangrijke levensles?
K. zit op pianoles. Hij vindt het wel leuk, maar niet leuk om te oefenen. Oefenen is echter essentieel om verder te komen. En als hij verder komt, het beter kan, gaat hij het wellicht ook leuker vinden. Leuk vinden is niet alleen de motor achter leren, het is ook het effect van iets geleerd hebben, ergens moeite in steken, wat pas na een tijdje lukt. Onderwijs hoeft dus niet altijd leuk te zijn.
Misschien is het gewoon een kwestie van en en. Hard leren werken aan saaie dingen, om die kennis vervolgens gemotiveerd in projecten te verwerken.
Gisteren was ik bij een school die dat wellicht wel op die manier combineert. Het Gerrit Rietveld College, een school voor mavo, havo, vwo en gymnasium. Extra bieden ze leerlingen de mogelijkheid om mee te doen met het Technasium programma en ze hebben een TheaterKunstKlas. Die extra's worden in projectvorm gegeven. Verder hebben ze een aantal elementen van het vernieuwende onderwijs overgenomen, zoals werken in domeinen, maar houden ze wel vast aan een strakke structuur en strenge regels.
R. was wel geïnteresseerd in de TheaterKunstKlas. Maar deze school heeft haar favoriet, het CGU, nog niet van de troon gestoten. To be continued: vanavond naar het Boni.



Tuesday, January 15, 2013

Now you see it

Cathy N. Davidson is dyslectisch en kwam daar pas achter toen ze al universitair docent was. Tot die tijd was ze gelabeld als tegendraads. Voor haar draait het allemaal om aandacht. Iedereen ziet de wereld vanuit zijn eigen aandachtsperspectief. Dat betekent dat je in je eentje nooit het hele plaatje ziet en dat je daarvoor elkaar nodig hebt.
Het boek bestaat uit vier delen, in het eerste deel wordt ingegaan op hoe je aandacht vanaf je geboorte gericht wordt door je omgeving en cultuur. Ook wordt er ingegaan op reclames, omdat die meester zijn in het vangen van je aandacht.

Het tweede deel richt zich op het onderwijs, mijn favoriete onderwerp.
Een aantal zeer inspirerende onderwijssituaties wordt beschreven. Zo is er een leerkracht die een prachtig vak geeft op een basisschool dat Creative Productions heet. De leerkracht heeft de klas gestructureerd rond het boek 'Ender wint'. In dit SF boek wordt een jongetje opgeleid om de mensheid te redden. In zijn opleiding wordt hij voortdurend met steeds lastiger uitdagingen geconfronteerd, en zijn creatieve manier van daarmee omgaan leert hem wat hij uiteindelijk nodig heeft om de wereld te redden. Ender is een slim jongetje, maar wat hem vooral bijzonder maakt, is het besef dat hij het allemaal niet in zijn eentje kan, hij gebruikt de kracht van elk van zijn medeleerlingen. Ook is hij onconventioneel, hij gebruikt alles wat hij nodig heeft om een oplossing te vinden, ook als hij daarmee buiten de ongeschreven regels treedt. Hij aanvaardt de fouten en mislukkingen die hij tegen komt bij het uitprobeerproces, als onvermijdelijk, omdat het de enige weg is om nieuwe dingen te leren. Het belangrijkste van alles is Ender's onderliggende motivatie. Hij weet dat hij de hoop van de mensheid is. Dat de opleiding niet alleen maar een spel is, maar het doel: het redden van de wereld, dwingt hem om zich tot het uiterste in te spannen.
De leerkracht in dit voorbeeld heeft als leidmotief: What would Ender do? Hij vindt dat elk kind zijn eigen opleiding zo serieus zou moeten nemen als Ender, want deze kinderen zullen de wereld ook moeten redden te zijner tijd. Er komt misschien geen invasie van aliens, maar er zijn genoeg problemen, die dezelfde serieuze motivatie verdienen. Wat zou dat mooi zijn, als je die potentie bij alle kinderen aan kon boren!

Wat me stoorde in het deel over onderwijs, is een stelling die ik wel vaker tegen kom, en die luidt: Als je een klaslokaal van honderd jaar geleden vergelijkt met een klaslokaal van nu, is er eigenlijk niets fundamenteels veranderd! Aan die stelling is niks mis, maar de conclusie: dat is slecht en er moet iets veranderen, zie ik niet helemaal. Er zijn wel meer dingen niet verandert de afgelopen 100 jaar, zoals bijvoorbeeld dat we van borden eten, maar dat wil niet zeggen dat we daar nu onmiddellijk iets nieuws voor moeten verzinnen. Sterker als je de onderwijskundige ontwikkelingen vanuit evolutionair oogpunt bekijkt, is dat klaslokaal blijkbaar een heel sterk concept gebleken. Haaien zijn al miljoenen jaren niet erg veranderd, juist omdat ze zoals ze zijn zo succesvol zijn. Maar goed, evolutionaire principes zijn misschien niet van toepassing op deze ontwikkelingen, maar ik heb in ieder geval wel argumenten nodig om me ervan te overtuigen dat de huidige klaslokalen niet goed zijn. En die heb ik nog niet gehoord.

Het derde deel kijkt naar de hedendaagse werkomgeving. De werkomgeving van tegenwoordig leidt tot een hoop stress, doordat werk en privé in elkaar overvloeien, mensen wereldwijd met elkaar moeten leren samenwerken, en mensen last hebben van informatie-overload en hun aandacht versnipperd wordt door multi-tasking. De schrijfster kijkt er anders tegen aan. Multi-tasking is volgens haar niet inherent slecht. Het is  ook niet nieuw. Het is alleen merkbaar omdat we nog geen duidelijke strategieën ontwikkeld hebben om met de huidige digitale informatiestromen om te gaan. Een baby die leert lopen, heeft daarbij zijn volle concentratie nodig. Is het loopproces eenmaal geautomatiseerd, dan wordt lopen en tegelijkertijd praten niet meer als multi-tasking gezien, terwijl het dat natuurlijk wel is. Het brein is gebouwd op multi-tasking. Nooit heeft 1 ding voor hele lange tijd onze onverdeelde aandacht. Aandacht verlegt zich altijd. Het lezen van een boek, is wel anders dan lezen op het web, waarbij je meerdere sites opent, een zijpad bewandeld, weer terug komt, etc. Maar dat is een kwestie van aanpassing.

Het vierde deel gaat over de ouder wordende mens. Een tijd die wordt geassocieerd met het verlies van fysieke en mentale mogelijkheden. Volgens Davidson valt dat allemaal wel mee. Het brein is elastisch genoeg om de werkelijke fysieke aftakeling te compenseren. Het is vooral ons geloof in de mentale achteruitgang, die die achteruitgang ook veroorzaakt. Dit ligt heel erg in de lijn van de open mindset theorie, dat je meer kunt leren, als je geen vaste ideeën hebt over wat je al dan niet goed kan.

Al met al een aanrader. Het perspectief van aandacht als onderliggende structuur is interessant. Dit interview met haar, is een goede appetizer voor het boek. Ik ben het niet overal met de schrijfster eens, en mis hier en daar een grondiger onderbouwing van haar ideeën  maar de gegeven voorbeelden zijn inspirerend, en het leest lekker.

Monday, January 14, 2013

Vakantieplannen

Vorig jaar was ons idee om te gaan huizenruilen met Amerika zo gepiept! We waren nauwelijks lid van Huizenruil.com, of tada! het winnende verzoek om met Washington te ruilen was binnen. Dit jaar hadden we dus weer plannen. Ik had een bestemming bedacht (Zuid-Engeland) en zou daar wel even een huisje regelen. Nou, dat lukte dus niet. We pasten onze bestemmingsplannen dus aan, en richten zich op grote steden in Europa: Praag, Berlijn, Kopenhagen, Oslo. Ik heb me helemaal suf gemaild met verzoeken.
De huizenruil site werkte soms niet optimaal mee. Je kunt maximaal 25 verzoeken per dag versturen, maar als je die limiet bereikt hebt, krijg je daar geen waarschuwing van. Met als gevolg dat je voor niks mailtjes zit te sturen. Wat er met die mailtjes gebeurd is me nog steeds niet duidelijk. Worden ze na een tijdje alsnog verstuurd? Worden ze helemaal niet verstuurd? In dat laatste geval heb ik dus waardevolle opties verspeeld. Ook kreeg ik van een aantal mensen pas weken later een mailtje terug, waarbij ze zeiden dat ze het mailtje niet in hun mailbox gekregen hadden, maar per toeval op de Huizenruil site waren tegen gekomen. Je moet zelf ook goed bijhouden wie je al gemaild hebt, en wie niet.
Alles bij elkaar redenen om inkomende verzoeken van andere mensen zorgvuldig te behandelen Zo makkelijk is het niet om een goede match voor elkaar te krijgen, je moet een beetje flexibel zijn bij huizenruilen. Achteraf hadden we in oktober een heel leuk aanbod gekregen voor Kopenhagen, maar toen zaten we nog teveel aan ons Zuid-Engeland idee vast.
Verder heb ik halverwege ook de tekst van mijn mailtjes en onze aanbieding aangepast, en daarin onze nabijheid tot Amsterdam meer benadrukt. Ik merk het zelf ook als ik zoek. Ik ben op zoek naar een bekende kreet, ben niet geïnteresseerd in zomaar een onbekende Duitse stad. Wat eigenlijk jammer is, want ik denk dat je er overal wel wat van kunt maken.

Uiteindelijk is het wel allemaal gelukt. We gaan 10 dagen naar Berlijn (of eigenlijk Potsdam), en aansluitend twee weken naar Noorwegen. Dat laatste was een verzoek dat bij ons binnen kwam. Met de niet zo aantrekkelijke kop: Stavanger, Petroleum Capitol of Norway! Maar gelukkig keken we even verder, en blijkt het midden in de prachtigste fjorden te liggen. Spannend weer, ik heb er zin in!

Thursday, January 10, 2013

Those who save us

Gisteravond was de tweede bijeenkomst van de English Book Circle en hebben we dit boek besproken. Het gaat over een Duits meisje, Anna, dat aan het begin van de oorlog zwanger wordt van een joodse man. Hij wordt door haar vader verraden en afgevoerd naar het kamp, en zij blijft zwanger alleen achter. Ze trekt in bij de bakker, een vrouw die ook in het verzet zit. Ze krijgt haar kind, Trudy, en helpt de bakker. Tijdens haar verzetswerkzaamheden wordt de vrouw doodgeschoten en Anna neemt haar werk over. Een Duitse officier dringt zich aan haar op, en dwingt haar een verhouding met haar te beginnen. Ze gaat hierin mee, om haar kind te beschermen. Het is een vreselijke verhouding waarbij Anna op alle mogelijke manieren haar lichaam en ziel moet overgeven aan de nare officier. Na de oorlog trouwt ze met een lieve Amerikaanse soldaat en gaat met hem mee naar Amerika. Het lukt haar niet meer om zich nog echt over te geven aan de liefde van haar Amerikaanse Jack, en leeft vooral om haar dochter Trudy groot te brengen. Tussen dit verhaal door speelt het verhaal van de dochter Trudy zich af, die universitair docent is geworden en voor een project Duitsers interviewt die de oorlog hebben meegemaakt, om hun kant van het verhaal te horen. Trudy weet niets van haar joodse vader, en denkt dat de Duitse nazi-officier die haar moeder heeft misbruikt haar vader is. Haar moeder Anna weigert erover te praten. Uiteindelijk hoort ze de waarheid van een van haar geïnterviewde Duitsers.
Afijn. Het is niet zo'n vrolijk boek. De hoofdpersonen wisten me niet echt te raken. Het verhaal is soms onduidelijk of ongeloofwaardig. (Waarom wordt Anna wel zo zwanger van haar joodse liefde, en niet van de jarenlange verhouding met haar gehate officier?) Het is wel een genuanceerd verhaal over de oorlog. Nee, niet iedere Duitser was een klootzak, hoor! Zo he, heus waar?? Ik had het idee dat we dat stadium in Nederland al een beetje gepasseerd zijn, sinds De Tweeling van Tessa de Loo enzo. Maar het raakt blijkbaar toch een snaar bij veel mensen, want het was het best verkochte boek van 2011 in Nederland.